Reactie Partos op artikel Trouw “Wetenschappers: Overheid weet niet welke ontwikkelingshulp werkt”

Nieuws

Trouw publiceerde gisteren een artikel naar aanleiding van een publicatie in economenblad ESB. Conclusie van die publicatie is dat er meer ruimte moet komen voor leren en evalueren. Goed onderzoek naar impact vraagt om tijd en investeringen. Impactonderzoek met steekproeven en controlegroepen zoals de wetenschappers bepleiten is uiterst kostbaar en kan, daar waar het gaat om mensen in armoede en kwetsbare posities, ook ethische vragen oproepen. Het moet daarom uiterst selectief worden toegepast, zoals ook gesteld in de ESB-publicatie. De impact van ontwikkelingsinspanningen dient voorop te staan. Dat is van groot belang om de uitdagingen van deze tijd het hoofd te bieden, denk aan: toenemende ongelijkheid, klimaatverandering en gedwongen migratie. De kop die Trouw bij dit artikel geplaatst heeft dekt wat Partos betreft daarom onvoldoende de lading van de ESB-publicatie.


Partos onderschrijft het belang van het sectorbreed leren en samenwerken in kennisontwikkeling, en zet daar op in samen met leden, academische instellingen en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Denk bijvoorbeeld aan wat het grote assumptions onderzoek is gaan heten, naar de aannames onder het beleid voor versterking van het maatschappelijk middenveld, en aan de vele gezamenlijke leersessies die er de afgelopen jaren zijn georganiseerd door Partos en het ministerie. Partos herkent zich dan ook in het pleidooi voor een betere balans tussen de ruimte in de subsidieprogramma’s voor het gezamenlijk leren en het verantwoorden van bestedingen, en ziet ook het nut van meer wetenschappelijk onderzoek bij de ontwikkeling en uitvoering van ontwikkelingsprogramma’s.

Een punt van aandacht is dat de impact van ontwikkelingsinterventies vaak pas op langere termijn wordt gerealiseerd en kan slechts beperkt meegenomen worden in de evaluaties van de programma’s die organisaties laten uitvoeren. Daarnaast geldt voor werken aan sociale verandering dat dit gebeurt in een context die, versterkt door de huidige ontwikkelingen wereldwijd, gekenmerkt wordt door complexiteit en volatiliteit en vraagt om een aandachtige manier van werken. Dat vraagt om een hoge mate van adaptiviteit, lokaal eigenaarschap en participatie van betrokkenen. Het vraagt ook om impactgericht werken met interventies waarvan het ontwerp onderbouwd wordt door bestaand onderzoek, en de aannames en onzekerheden expliciet worden gemaakt en voortdurend worden onderzocht; en waarbij de voortgang gemonitord wordt gebruikmakend van participatieve onderzoeksmethodieken (inclusief kwalitatief onderzoek) met ruimte voor aanpassingen.

Ten slotte, wordt in de ESB-publicatie terecht verwezen naar de huidige politieke context. ‘Omdat de politiek vaak op korte termijn verantwoording vraagt voor allerlei initiatieven, worden evaluaties al gauw een haastklus. De politieke cultuur, met haar nadruk op opportunisme en snelle succesjes, heeft op deze manier een verlammend effect op het vermogen van ambtenaren en wetenschappers om te komen tot een effectiever ontwikkelingsbeleid.’

Daarom roept Partos op in een nieuw regeerakkoord geen nieuwe thema’s of ‘snelle’ doelen aan de bestaande Nederlandse ontwikkelingsinzet toe te voegen. Dat kan alleen als dat gepaard gaat met een verhoging van het ontwikkelingsbudget.