Het Grote Buitenlanddebat | Terugblik

Nieuws

Wat doet Nederland in en mét het buitenland? Deze vraag stond centraal bij het Grote Buitenlanddebat, dat op 24 februari plaatsvond in Nieuwspoort. In het debat dat mede door Partos werd georganiseerd, gingen acht politici met elkaar in gesprek over onderwerpen als internationale handel, het klimaat en ontwikkelingssamenwerking. Sjoerd Sjoerdsma (D66) vatte de belangrijkste conclusie goed samen: “Laten we er gezamenlijk voor zorgen dat de agenda voor ontwikkelingssamenwerking weer dominant wordt.”


Richting een mondiale gezondheidsstrategie
Renske Leijten (SP) en Anne Kuik (CDA) trapten af met een debat over mondiale gezondheid. Volgens het CDA heeft de coronapandemie laten zien hoe belangrijk het is dat we elkaar helpen, vanuit barmhartigheid, maar ook vanuit eigenbelang. Corona beïnvloedt de bestrijding van andere ziektes, en creëert veel indirecte slachtoffers. Kuik ziet corona in een breder gezondheidsperspectief en pleit hierom voor een mondiale gezondheidsstrategie.


Leijten merkte hierbij op dat deze gezondheidsstrategie de machtigen niet machtiger moet maken. Meer landen moet helpen om zelf hun publieke diensten op te zetten, waardoor dit veel mensen ten goede komt. Kennis mag niet meer enkel in handen zijn van grote farmaceuten en andere bedrijven in westerse landen.

Twee klimaatpartijen botsen: internationaal samenwerken of zelf alles mogelijk doen?
Hoewel de Partij voor de Dieren en GroenLinks beiden bekend staan als wellicht de twee meest groene partijen van het parlement, botsen Christine Teunissen (PvdD) en van der Lee (GroenLinks) in ronde twee hard in een debat over de internationale klimaataanpak. Van der Lee legde de focus op het bouwen van een internationale coalitie voor het tegengaan van klimaatverandering, Teunissen benadrukte dat Nederland zelf een grote schuldige voor vervuiling is.

 

Volgens Teunissen moet de Nederlandse inzet op biodiversiteit substantieel omhoog. Dit bestaat enerzijds uit het beperken van de schadelijke uitstoot waar Nederland aan bijdraagt, anderzijds moet Nederland op internationaal niveau helpen om biodiversiteit te versterken.


Tom van der Lee ziet dat Nederland met het beperken van onze eigen uitstoot op wereldniveau weinig verschil gaan maken. Hij wijst op het belang van het bouwen van duurzame coalities, zowel met rijkere als armere landen, om samen klimaatambities te verhogen en zo een groter effect te hebben. Ook moet Nederland meer aan klimaatfinanciering doen, wat moet bestaan uit giften in plaats van leningen.


Hoewel de Partij voor de Dieren en GroenLinks beide bekend staan als groene partijen, verschillen de partijen ook. GroenLinks wil in 2045 klimaatneutraal zijn, PvdD in 2030. Teunissen verwijt van der Lee een gebrek aan realisme. Effecten van Nederlands klimaatbeleid op andere landen worden niet meegenomen in doorrekeningen en zijn daarom niet zichtbaar in de cijfers. De Partij voor de Dieren ziet daarom veel meer urgentie. Van der Lee noemt op zijn beurt de doelen van PvdD niet haalbaar. Deze zouden valse verwachtingen heffen.


Kuik (CDA) vroeg als inbreker aandacht voor boeren. Met hen zou meer samengewerkt moeten worden. Teunissen stelt juist dat boeren, zowel internationaal als nationaal, er baat bij hebben als we snel de omslag maken naar een nieuw systeem voor landbouw.

 

"Waar geen wil is, is een wet."

 

Europese of nationale wetgeving voor het ‘braafste jongetje van de klas’?
De derde ronde leverde een interessant debat op tussen Kirsten van den Hul (PvdA) en Mariëlle Paul (VVD). Van den Hul weet het zeker; De BV Nederland maakt veel kapot in andere landen. Er zijn tal van voorbeelden van kinderarbeid, mensenrechtenschendingen en milieuschade. De huidige convenanten zijn niet voldoende. Van de Hul stelde hierom: “Waar geen wil is, is een wet”.

Paul erkende dat er een wereld te winnen is op IMVO, maar ziet liever Europese wetgeving dan nationale wetgeving om een gelijk speelveld te behouden. Het is volgens haar niet nodig om steeds het braafste jongetje van de klas te willen zijn. Volgens van den Hul gaat dit argument niet op, omdat we nu verre van braaf zijn.


Ook op belastingen was Van den Hul een stuk kritischer dan haar opponent Paul. Toch lijkt de VVD voorzichtig open te staan voor maatregelen om belastingontwijking en ontduiking, dat ervoor zorgt dat andere landen miljoenen mislopen, aan te pakken. Paul stelt: “Er zijn vele redenen waarom bedrijven zich hier willen vestigen, niet alleen fiscale redenen. Als Nederland als een ongebreideld walhalla wordt gezien, dan moeten we daar iets aan doen.”


Sjoerdsma (D66) mocht inbreken en vroeg naar het investeringsakkoord met China. “Kan je wel een investeringsakkoord sluiten met een land dat zich schuldig maakt aan grootschalige mensenrechtenschendingen?” Paul benoemde investerings- en handelsverdragen als een economisch pressiemiddel, maar erkent ook dat de VVD een akkoord op dit moment niet ziet zitten.

 

Coalitiepartners eensgezind over noodzaak betere toetsing Nederlands beleid aan impact op allerzwaksten in de wereld
In de laatste ronde debatteerden Stieneke van der Graaf (ChristenUnie) en Sjoerd Sjoerdsma (D66) over het ontwikkelingsbudget en de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs).

 

De partijen vonden elkaar bij de vorige coalitieonderhandelingen als voorvechters van internationale samenwerking. In dit debat bleek dat de partijen op dit punt nog steeds dicht bij elkaar liggen. Van der Graaf noemde het belang van klimaatfinanciering, zodat landen leren omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. Ook Sjoerdsma stelt dat klimaatverandering de grootste uitdaging van deze tijd is: “Corona kan je hopelijk oplossen met een vaccin. Maar voor klimaatverandering is geen prikje, daarvoor zullen we echt de handen ineen moeten slaan.” Beide partijen erkenden ook het belang van het toetsen van Nederlands beleid op de effecten voor ontwikkelingslanden.

Van de Graaf wees hierbij ook op de rol van de Tweede Kamer; die heeft een verantwoordelijkheid om de regering kritisch te bevragen. Maar, ze ziet ook kansen: “Nederlandse bedrijven zouden juist een grote rol kunnen spelen in duurzame ontwikkeling. Dat is nu nog te weinig het geval. Met wetgeving die bedrijven verantwoordelijk maakt voor hun eigen keten, wil de ChristenUnie ervoor zorgen dat dit verbetert.” D66 deelt de ambitie, maar wil ervoor waken een Europese aanpak in de weg te zitten.


Als afsluitende vraag van de avond werden de ChristenUnie en D66 gevraagd de 0,7-norm als breekpunt te benoemen. Beide partijen beloofden zich hiervoor in te zetten. Sjoerdsma schoof de vraag door aan het CDA: “Zij maken de meerderheid.” Helaas moesten we het antwoord op die vraag schuldig blijven en de onderhandelingen afwachten. 



Wil je op de hoogte zijn van alle debatten rondom ontwikkelingssamenwerking, klik dan hier.