Goed werk overschaduwd: integriteit belangrijker dan ooit

Nieuws

Haïti na de aardbeving: honderdduizenden mensen geholpen, meer kinderen krijgen onderwijs dan voor de ramp, ruim honderdduizend mensen getraind in rampenbestrijding en tienduizenden kinderen ingeënt. Werk waar hulporganisaties trots op mogen zijn. En dan volgt een schandaal dat al dat goede werk overschaduwt. De afgelopen week kwam het wangedrag van een aantal medewerkers van Oxfam in Groot-Brittannië in het nieuws. Een feestje met prostituees in een land waar wanhoop, verdriet en ellende overheersten. Walgelijk. Dit druist in tegen alles waar we voor staan: kwetsbare mensen helpen en met alle macht werken aan de wederopbouw van getroffen gebieden.


We hebben veel geregeld om effectief te kunnen opereren, de kwaliteit van acties te verhogen en misstanden te voorkomen. De door noodhulporganisaties onderschreven Core Humanitarian Standard geeft duidelijke regels. In Nederland kennen we, naast de gedragscode zoals Partos die voor haar leden verplicht stelt, in het CBF een toezichthouder met strenge kwaliteitseisen. In de praktijk gaat het echter verder dan alleen papier. Individuele organisaties verplichten medewerkers vaak om een Verklaring Omtrent Gedrag te overleggen, gedragscodes te ondertekenen en ze besteden via trainingen en anderszins veel aandacht aan voorzorgsmaatregelen. En toch weten we dat dit niet afdoende is.

Beter pijn op de korte termijn dan geschonden vertrouwen op de lange termijn.

Eerlijk duurt het langst
Niemand is heilig. Er zullen altijd gedragingen zijn waarvoor we ons diep schamen en die ons werk schade toebrengen. Schade ter plaatse, schade aan het publieksvertrouwen en – als we er niet goed mee om gaan – schade aan onze integriteit. Met als bijkomend risico dat je de speelbal wordt van opportunistische politiek: partijen die graag een uitglijder veralgemeniseren en daarmee een kans zien om ontwikkelingssamenwerking in een kwaad daglicht te zetten, zoals we nu in Groot-Brittannië zien.

 

Daarom moeten we continu leren van fouten en crises, alsook continu zoeken naar verbetering. Het begint met het moreel kompas, op individueel én op organisatieniveau. Waar gaan we echt voor? Wat zijn onze diepste waarden die ons drijven om het werk te doen wat we doen? Hoe laten we die waarden onze koers en onze afwegingen bepalen? Wat voor mechanismen hebben we om elkaar en anderen aan te spreken als we zien dat het de verkeerde kant op gaat? Hebben we een vertrouwenspersoon of een aanspreekpunt voor klokkenluiders?

 

En misschien wel het moeilijkste: Durven we actief en eerlijk te communiceren wat er fout is gegaan? Iedereen die wel eens een misstap begaan heeft, bijvoorbeeld in de privésfeer, weet dat het moeilijk is dit eerlijk op te biechten. We zijn bang voor heftige reacties. Toch, als we eerlijkheid uitstellen en verhuld communiceren, zullen de reacties veel heftiger zijn en is het vertrouwen geschonden. Beter pijn op de korte termijn dan geschonden vertrouwen op de lange termijn.

 

Een ombudspersoon ter plekke
We moeten de oplossingen altijd eerst bij onszelf zoeken. Door de affaire in Haïti kwam weer een oud voorstel naar boven dat ik hier graag opnieuw voorleg. Stel in rampgebieden een lokale ombudspersoon in. Deze staat open voor klachten over de noodhulp, doet onderzoek naar de feiten, brengt deze in de openbaarheid en stelt maatregelen voor. Een ombudspersoon die boven de partijen staat en waar de lokale bevolking langs alle kanalen op de hoogte is van het bestaan en de toegankelijkheid ervan.

 

Misstanden worden hiermee eerder en effectiever aangepakt. Waarmee de aandacht weer wordt gericht op waar het om gaat: mensen uit de ergste nood helpen en investeren in een hoopvol toekomstperspectief. Want ook al hebben we allen onze tekortkomingen, we mogen mensen in nood nooit in de steek laten.

 

Bart Romijn
Directeur Partos