Ontwikkelingssamenwerking in de Europese begrotingsonderhandelingen

Nieuws

Wat is het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de Europese Commissie en wat betekent dit voor de Europese Ontwikkelingssamenwerking?

 


Naast de Brexit en Europese Parlementsverkiezingen, wordt in 2019 ook verder onderhandeld over de Europese begroting. Dit Meerjarig Financieel Kader (MFK), ook wel het Multi Financial Framework (MFF) genoemd, is bepalend voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking door de Europese Unie. De EU is jarenlang de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld geweest, samen met haar lidstaten is ze verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. Partos volgt de ontwikkelingen op de voet en levert in samenwerking met leden input en aanbevelingen voor de positionering van Nederland in de onderhandelingen.


Het huidig MFK loopt af in 2020, daarom wordt er nu gewerkt aan een nieuwe begroting voor 2021-2027. De nieuwe begroting omvat in totaal €1279,4 miljard, wat gelijk staat aan 1,11% van het totale bruto nationaal inkomen van de EU lidstaten. De onderhandelingen over het MFK zullen, samen met de Brexit en de Europese Parlementsverkiezingen, de belangrijkste processen op Europees niveau vormen tot en met 2020. In eerste instantie zou nog vóór de Europese Parlementsverkiezingen in mei 2019 gestemd worden over deze begroting. Tijdens de Europese Top van 13 en 14 december 2018 is echter bepaald dat er meer tijd nodig is en dat een akkoord hopelijk in het najaar van 2019 bereikt zal worden.

In één van de zeven hoofdstukken, ‘Neighbourhood and the World’, wordt een nieuwe opzet voorgesteld voor het externe beleid van de EU, waar ook ontwikkelingssamenwerking onder valt. In totaal zal voor dit beleidsveld ongeveer €123 miljard worden vrijgemaakt, oftewel 9,6% van het totale MFK. In het voorstel worden de huidige 12 instrumenten samengevoegd tot 1 instrument: het Neighbourhood Development and International Cooperation Instrument (NDICI). Volgens de Europese Commissie wordt hiermee de effectiviteit, transparantie, zichtbaarheid en flexibiliteit van het externe beleid verbeterd. Of dit daadwerkelijk zo is, is nog maar de vraag. Partos heeft samen met enkele leden in een positionpaper haar zorgen en aanbevelingen geuit.

 

Welke aanbevelingen kunnen het voorstel van de EC over het MFK verbeteren?

 

1. Beleidscoherentie

De primaire focus van de EU ontwikkelingssamenwerking moet armoedebestrijding zijn. In de gepubliceerde beleidsnota van 2018 van minister Kaag staan de Sustainable Development Goals (SDGs) centraal. Deze doelstellingen worden geen enkele keer genoemd in de huidige voorstellen. Ook armoedebestrijding wordt niet als doel genoemd.

  • Partos roept Nederland op zich er sterk voor te maken dat ook in het Europese ontwikkelingsbeleid de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling (SDG’s) centraal gesteld worden, inclusief het toepassen van het principe van “leave no-one behind”.
  • Ook zou een verwijzing naar artikel 208 uit het Verdrag van Lissabon toegevoegd moeten worden. Dat artikel bepaalt dat het EU ontwikkelingssamenwerkingsbeleid de vermindering - en op den duur de beëindiging - van armoede centraal moet stellen. Artikel 208 vraagt daarnaast van de EU om ook op andere beleidsterreinen rekening te houden met de effecten op ontwikkelingslanden.

 

2. Internationale verplichtingen

De EU moet haar internationale toezeggingen nakomen. De EU en haar lidstaten zijn gezamenlijk de grootste donor van ontwikkelingssamenwerking in de wereld. Ze hebben afgesproken om 0,7% van hun gezamenlijke BNP aan ODA te besteden. Op dit moment wordt er 0,49% gedoneerd.

  • Als de EU serieus werk wil maken van de 0,7% toezegging, dan vereist dat een budget van €140 miljard voor de volgende 7 jaar.
  • Breid de ODA-target uit naar heel Hoofdstuk 6 ‘Neighbourhood and the World’ van het MFK. Dit target zou moeten zijn dat 95% van de bestede middelen onder hoofdstuk 6 ‘ODA-ble’ zijn, zoals wordt bepleit door het Europees Parlement. Zorg ervoor dat de toezegging om 0,2% van het BNI van de EU te besteden aan de LDCs, opgenomen wordt in de artikelen van de Verordening.
  • Zorg dat in het MFK geoormerkte uitgavenniveaus vastgesteld zijn voor gezondheid, onderwijs en sociale inclusie. Dit om te voldoen aan de Europese toezegging 20% van de Europese ODA aan ontwikkeling en sociale inclusie te besteden, verspreid over alle programma’s – zowel geografisch als thematisch- jaarlijks én over de gehele looptijd.

 

3. Civil society

Wereldwijd staat de ruimte voor maatschappelijke organisaties onder druk. Als waardengemeenschap moet de Europese Unie pal staan voor civic space, juist ook in ontwikkelingssamenwerkingsrelaties. Dit heeft de EU ook onderkend in de Raadsconclusies ‘on the EU engagement with civil society in external relations’ uit 2017. In het komende MFK moet hier gevolg aan gegeven worden door het versterken van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden als doel op zich te handhaven. Daarnaast zijn maatschappelijke organisaties ook van grote toegevoegde waarde als uitvoerders van ontwikkelingsbeleid.

 

4. European fund for sustainable development

De Europese Commissie stelt voor om binnen het NDICI de financiële allocatie voor private sector-instrumenten als garanties aanzienlijk te verhogen. Dit maakt het voor de private sector mogelijk een grotere rol te spelen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Naar de mening van Partos dient steun aan de private sector gericht te zijn op eerlijke en milieuvriendelijke bedrijfsmodellen, die zich richten op versterking van lokaal ondernemerschap en werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Ontwikkelingsimpact moet voorrang krijgen boven het financiële rendement.

  • Richt daarom de verschillende ‘windows’ van het EFSD+ (de opvolger van het huidige EFSD) zo in, dat het maximaal toegankelijk is voor lokaal MKB in ontwikkelingslanden. Dáár is de de behoefte aan risicodragend kapitaal het grootst. Concreet is te denken aan tenders in de lokale taal, technische assistentie aan lokaal MKB, aanbestedingen die gepubliceerd worden in lokale media en qua omvang op het MKB toegesneden financieringen.
  • Het huidige EFSD is nog niet geëvalueerd, het is zelfs amper begonnen. Er is nog onvoldoende bekend over de ontwikkelingsimpact ervan. De regeling zou alleen in het volgende MFK moeten worden uitgebreid als uit rapportages blijkt dat investeringen uit het EFSD bijdragen aan de kerndoelstelling van Agenda 2030 for Sustainable Development (met name het belangrijke leaving no-one behind beginsel).

 

Partos positionpaper staat hier