Column Bart Romijn | Samenspraak en Tegenspraak - Hier en Daar!

Nieuws

Na een uitgebreide raadpleging onder onze leden heeft Partos aanbevelingen opgesteld voor de herziening van het subsidiekader Strategische Partnerschappen voor Samenspraak en Tegenspraak. De inbreng van Partos is begin februari gedeeld met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Al is nog niets definitief, de geluiden die wij ontvangen van het Ministerie zijn positief.


Mensenrechten worden nog sterker verankerd en in het verlengde hiervan ook de bescherming van civic space. Ook verheugt ons de aandacht die lokaal zeggenschap en machtsverhoudingen binnen de partnerschappen zelf krijgen. Juist ter versterking van de rol van lokale maatschappelijke organisaties kan en moet er nog veel gebeuren. In dit verband was overigens opmerkelijk het op onjuistheden gebaseerd artikel op de website van Vice Versa: “Partos gaat op basis van een enquête onder haar leden voorstellen om directe steun aan zuidelijke organisaties te ontmoedigen.” Wij herkennen deze opstelling geenszins. Ook de bron, een onvolledig en intern met leden ter discussie staand document, bevat niets van deze strekking. We vinden het jammer dat er geen hoor en wederhoor is toegepast. Maar belangrijker is wat we wel willen met lokale organisaties.

 

Grotere rol van 'zuidelijke' NGO's

Wat we voorstaan is: Laat bij Samen- en Tegenspraak financiering van lokale organisaties hoofdzakelijk via (Nederlandse, regionale of nationale) maatschappelijke organisaties lopen en niet via ambassades. Want dit waarborgt een onafhankelijke inzet en versterking van de politieke rol. Daar waar we bij ambassades als belemmering ook nog een beperkte en vaak teruglopende capaciteit op ontwikkelingssamenwerking zien. Houd vast aan de mogelijkheden voor zuidelijk penvoerderschap van de strategische partnerschappen. En blijf onderzoeken wat andere passende financieringsmodaliteiten zijn (zoals nu met Leading from the South, Accountability Fund en het Voice Programma). 

 

Alleszins vinden we (steun voor) een grotere rol van ‘zuidelijke’ NGO’s belangrijk. Dat betekent, bij de selectie van nieuwe partnerschappen, waardering voor lokaal eigenaarschap en (bewezen) verankering van ‘zuidelijk’ zeggenschap in zowel ontwikkeling als implementatie in beoordeling van partnerschappen. Zonder te vervallen in de rigide eis dat ‘zuidelijke’ NGO’s penvoerder moeten zijn, en niet alleen vanwege het risico van schijnconstructies. Want: agenda’s met een mondiaal karakter vereisen specifieke eigen rollen van ‘noordelijke’ en ‘zuidelijke’ organisaties.  Zie verder voor het bredere proces onze nieuwsbericht van 6 februari waarin ook de complete pleitnota is opgenomen en allerlei activiteiten van Partos beschreven staan hoe we bovenstaande vernieuwingen proberen vorm te geven.

 

Gezamenlijke agenda

Het gaat hier niet om een ‘one size fits all’ Juist een diversiteit aan financierings- en samenwerkingsvormen is van belang, gebaseerd op een analyse van mondiale en lokale context en krachtenveld. Waar het gaat om lokale ruimte voor civil society, om lokaal zeggenschap en om het mobiliseren van lokale veranderkracht, daar is het aan lokale organisaties om te bepalen wat nodig is. Maar Samenspraak en Tegenspraak overstijgt het lokale niveau. Het gaat ook om nationale, regionale en mondiale – en dus ook Nederlandse -  mechanismen die moeten veranderen. Daar ligt het belang van ontwikkelingssamenwerking.

Het gaat om daar én hier! Samen optrekken op basis van een gezamenlijke agenda, maximaal gebruik maken van wie wat toevoegt aan geld, kennis, netwerk, invloed of lokaal zeggenschap, met als doel meer slagkracht voor een duurzame en inclusieve wereld.

Nederlandse organisaties kunnen dan niet om Nederland zelf heen. Om het kort samen te vatten: Nederland heeft een enorm grote, ecologische, economische en sociale voetafdruk, juist ook in ontwikkelingslanden. We kunnen niet volstaan met het versterken van lokale organisaties in het zuiden. Met zuidelijke partners moeten we ook werken aan het terugdringen van deze Nederlandse voetafdruk. Ook dat is een investering in beleidscoherentie voor ontwikkeling.