Column Bart Romijn | Racisme en uitsluiting

Nieuws

In het algemeen ben ik blij met mijn werk en enthousiast over wat we met Partos voor elkaar krijgen. Maar het overkomt me vaak genoeg dat er iets gebeurt waardoor ik me aangeslagen voel, zoals eerder deze week. Ik kwam met een goed gevoel uit een boeiende en constructieve bijeenkomst met vertegenwoordigers van de Afrikaanse diaspora. De bijeenkomst was een onderdeel van het project Diaspora Inclusion, een door The Broker gecoördineerde verkenning naar samenwerkingsmogelijkheden tussen de diaspora en Nederlandse ontwikkelingsorganisaties.


 Kort na deze sessie ontving ik van een collega de volgende, hier ingekorte, tekst die hij op Facebook had aangetroffen: “Daar zaten we dan [in 2014], tegenover de directeur van Partos. Vurig spraken we over ons boek [met expertise, visies en ideeën vanuit de diaspora over een nieuw Afrika-beleid]. Daar zat hij dan aan de andere kant van de tafel. Ons glazig aan te kijken. Onwennig, ongemakkelijk. Zich geen raad wetend met ons gebonk aan de deur. We staken onze hand uit. Maar zijn hand hield hij bij zich. Hij zag er het belang niet van in. Nooit meer iets van gehoord.”

Pijnlijk om in dit soort termen als verpersoonlijking van het establishment afgeschilderd te worden. Het klopt dat ik tijdens dat gesprek inderdaad weinig concrete aanknopingspunten zag om vanuit Partos de samenwerking tussen de diaspora en onze leden te versterken. De boosheid achter het bericht kan ik me voorstellen. Boosheid vanuit het gevoel niet serieus genomen te worden. Niet voor niets verschijnt dit bericht nu - zes jaar later - op Facebook. Het past in de golf van protesten tegen racisme. Daar hoort ook ‘onbewuste’ uitsluiting en institutionele ontoegankelijkheid bij. En dat moeten ik en wij als Nederlandse ontwikkelingsorganisaties serieus nemen. 

Altijd moeten we stilstaan bij maatschappelijk protest. Waarbij we kijken waar we steun kunnen bieden en onze eigen rol kritisch onderzoeken. Golven van protesten zijn van alle tijden en zullen in hevigheid en frequentie toenemen, als wereldwijde uiting van boosheid over ongelijkheid en uitsluiting. Als ontwikkelingssector hebben we, aangespoord door deze bewegingen, stappen gezet. Denk aan de vrouwenbeweging. Veel ontwikkelingsorganisaties steunen deze beweging. Maar tegelijkertijd werden de meeste organisaties door mannen geleid. Hier is een stap gezet. Bij onze leden wordt nu 55% van de organisaties geleid door een vrouw. Dit percentage is zo goed als zeker over het geheel van medewerkers nog hoger. Denk aan de #MeToo golf. Ook hierop hebben ontwikkelingsorganisaties serieus gereageerd met zelfonderzoek en actie en met beleid voor integriteit dat via de Partos Gedragscode voor alle leden verplicht is. 

En dan nu de golf van racismeprotesten. Een standpunt innemen en petities ondertekenen is niet genoeg. Ook hier moeten we concrete stappen zetten. Dat begint met een kritische zelfreflectie, zowel binnen onze organisaties als in onze samenwerking met lokale groepen.


Als Partos huldigen wij het principe van ‘Nothing about us, without us’. Dat betekent nog beter luisteren naar groepen die het hardst door uitsluiting getroffen worden. De eerdergenoemde dialoog rond Diaspora Inclusion is een van de initiatieven die we nemen. Laten we bijvoorbeeld naar de cijfers kijken: 11% van de Nederlandse bevolking is van ‘niet westerse achtergrond’ (CBS2-2020). Bij de directies van onze leden is dat 4%. Hoe dat met het totaal aantal medewerkers zit, weet ik niet. Het kan meer. 

 

Ik noem, niet uitputtend, een aantal andere initiatieven. In augustus organiseren we met het Partos Leave No One Behind platform een werkbijeenkomst over racisme in de ontwikkelingssamenwerking, waarbij we externe, kritische partijen uitnodigen. Een ander initiatief dat we willen inzetten komt voort uit ons integriteitsbeleid, dat ook over discriminatie gaat. Met de integriteitsmedewerkers zoeken we uit waar in ons eigen werk discriminatie voorkomt en hoe we discriminatie terug kunnen dringen. Elk initiatief is een eerste stap van een naar ik hoop positieve verandering naar een inclusieve en kleurrijke samenleving. Ik wil graag dat wij als Partos, met onze leden, bekend komen te staan als een sector die de handen uit de mouwen én in eigen boezem steekt. Waarbij we polarisatie vermijden en iedere uitgestoken hand graag aannemen om samen op te trekken.