Partos tevreden met AO maatschappelijke organisaties

Nieuws

Op 22 april vond in de Tweede Kamer het algemeen overleg over maatschappelijke organisaties plaats. Aanleiding voor dit debat was de bekendmaking van de 25 strategische partnerschappen eerder dit jaar. Partos kijkt met volle tevredenheid terug op het debat en is blij met de uitkomsten. De afgelopen weken hebben Partos en haar leden o.a. flink ingezet op het verzegelen van de 25% van het ODA budget dat ten goede moet komen aan het maatschappelijk middenveld.


Tijdens het debat heeft minister Ploumen volmondig toegezegd dat in 2016 in ieder geval 25 procent voor maatschappelijke organisaties zal worden gehaald. Ook heeft de minister kennis genomen van de obstakels die organisaties ervaren bij het aanvragen van alternatieve financieringsmiddelen. Zij belooft onderzoek te doen naar de mogelijkheden van toegang van maatschappelijke organisaties tot het gehele ODA budget.

 

Tevreden is Partos ook met de bijdragen vanuit de meeste politieke partijen. Bijna alle partijen, met uitzondering van de VVD, hebben het belang van het maatschappelijk middenveld voor het bevorderen van mondiale ontwikkeling onderstreept. Vooral de PvdA heeft stevig ingezet op de toezegging van de 25 procent en hoger voor maatschappelijke organisaties in 2016, een percentage dat in de afgelopen jaren nooit werd bereikt.

Tijdens het debat heeft minister Ploumen volmondig toegezegd dat in 2016 in ieder geval 25 procent voor maatschappelijke organisaties zal worden gehaald.

De mailactie ‘Post voor Diederik’, die door Oxfam Novib is geïnitieerd met als doel de PVDA te houden aan de afspraak rondom de 25%, maar tegelijkertijd ook te benadrukken dat een gezond maatschappelijk middenveld niet kan zonder afdoende financiële middelen,  heeft hieraan een belangrijke bijdrage geleverd. De mogelijkheid om geld aan het budget voor maatschappelijke organisaties toe te voegen, zoals voorgesteld in de motie van CU en CDA, zei minister Ploumen nog niet te zien zitten.

 

Het CDA was vooral benieuwd naar de wijze waarop de ODA middelen precies verdeeld zijn en benadrukte dat een kleine afwijking van de belofte van 25 procent een verschil  van miljoenen euro’s in absolute termen kan betekenen.

 

ChristenUnie en PvdA hebben zich allebei sterk gemaakt voor het steunen van gemarginaliseerde en kwetsbare groepen, zoals gehandicapten. In reactie hierop stelde de minister voor de naam van het innovatiefonds te veranderen naar een inclusiefonds.

 

GroenLinks vraagt meer duidelijkheid over toekomstige financiële middelen om onnodige kapitaalvernietiging binnen Nederlandse organisaties en hun partners te voorkomen. Het voorstel om binnen het verwachte hogere ODA budget naar financiering te kijken wordt gesteund door D66.

 

D66 vindt het vooral heel belangrijk om de rol van maatschappelijke organisaties in de preventie en bestrijding van conflicten rond Europa te herkennen en ze daarom ook met voldoende financiële middelen te steunen. De minister was echter niet bereid om de organisaties een grotere rol toe te kennen dan andere actoren.

 

Vlak voor het meireces werd gestemd over een aantal moties die op 30 april waren ingediend. De volgende moties werden aangenomen: